Algemene informatie

Assessments zijn meestal opgebouwd uit drie onderdelen: abstract, verbaal en numeriek. De onderdelen die je per test kunt verwachten verschillen echter sterk. Zowel qua wat er verwacht wordt aan vaardigheden als aan hoe je score wordt opgebouwd. De onderdelen die je kunt krijgen als je numeriek redeneren moet maken zijn: hoofdrekenen, redactiesommen, cijferreeksen en rekenen met tabellen.

Numeriek redeneren is een onderdeel dat met oefening goed te verbeteren is. Als je rekenvaardigheden goed zijn, is dit een relatief makkelijk onderdeel. Anders kun je met enige oefening vrij snel rekenvaardigheden ophalen. Wel geldt dat voor elk bureau en elk onderdeel er specifieke sommen worden gevraagd. Het loont dus altijd om te oefenen.

Waarom?

Numeriek redeneren meet hoe goed je bent in verbanden leggen met abstracte informatie die met cijfers is weergegeven. Dit kan door middel van cijferreeksen waarbij je een patroon in een reeks moet herkennen. Daarnaast worden tabellen en grafiek veel gebruikt. Dan moet je met de getoonde gegevens verschillende berekeningen uitvoeren en de juiste conclusies trekken. Deze vaardigheid is voor je verdere carrière erg belangrijk. Denk aan jaarverslagen of andere financiële informatie die je snel moet kunnen verwerken en de juiste conclusies moet kunnen trekken.

Hoofdrekenen

Hoofdrekenen is een belangrijk onderdeel van numeriek redeneren. Je zult dit op één of andere manier altijd tegenkomen. Soms wordt het ook expliciet getoetst. Dan mag je geen rekenmachine bij de hand houden, hooguit pen en papier. Zorg ervoor dat je in ieder geval de basis beheerst: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Van zowel kleine getallen, achter de komma, als grote getallen. Zorg daarnaast dat je bekend bent met breuken en procenten.

Redactiesommen

Redactiesommen zijn de bekende verhaalsommen: op basis van een korte tekst moet je enkele berekeningen uitvoeren en de vraag beantwoorden. Voor dit onderdeel geldt dat je over dezelfde vaardigheden moet beschikken: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Denk er ook aan dat breuken, percentages en functies gebruikt kunnen worden. Een goede basisvoorbereiding is herhalen van Economie en Wiskunde op secundair niveau.

Rekenen met tabellen

Ook al heet de test numeriek redeneren, is dit voornamelijk een test verbaal redeneren. Je hebt wel de nodige rekenvaardigheden nodig en die moet je dan ook oefenen. Het is daarnaast belangrijk dat je weet welk assessmentbureau de test afneemt. Er zit namelijk groot verschil in de gevraagde rekenvaardigheden. Waar je bij de één af kunt met hoofdrekenen, vraagt de ander naar wisselkoersen en indexcijfers.

Als je basis rekenvaardigheden beheerst, zou je in principe elke test moeten kunnen maken. Omdat de complexiteit niet in het rekenen zit maar eerder in het goed interpreteren van tabellen en grafieken kun je veel snelheid winnen door dit veel te oefenen. Onze ervaring leert dat zonder voorbereiding die snelheid bij iedereen redelijk gelijk is maar juist dat snelheid winnen tot grote verschillen in de uitslag zal leiden.

Cijferreeksen

Cijferreeksen zijn het meest analytische onderdeel van numeriek redeneren. Het is de bedoeling dat je zo snel mogelijk bepaalt welke factor of factoren het volgende cijfer in de reeks bepalen. In enkele gevallen moet je de volgende twee cijfers bepalen. Cijferreeksen kunnen enorm per bureau verschillen. Zo moet je bij het ene bureau voornamelijk optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. Bij een ander bureau krijg je ineens breuken, machten en wortels. Ook de berekeningen zelf verschillen qua moeilijkheid.

Het voordeel is dat je heel goed per bureau kunt voorbereiden. Als je de wetmatigheden en rariteiten van een bureau leert, kun je die specifieke cijferreeksen goed maken. Na enige oefening zul je cijferreeksen sneller herkennen en kunnen oplossen. Dat heeft vervolgens weer een positieve invloed op je score.