Deductief redeneren oefenen

Wij bieden oefenpakketten die jou verder brengen in jouw carrière of persoonlijke ontwikkeling. Zorg voor een goede voorbereiding op jouw assessment.

96% van onze klanten beveelt ons aan!

Waarom deductief redeneren oefenen?

Corstiaan Smit

“Specifieke voorbereiding op alle soorten deductief redeneren, alleen bij Hellotest.”

96% van onze klanten beveelt ons aan!

HRorganizer oefenen

1.500+ oefenvragen

SHL oefenen

2.500+ oefenvragen

FMCG

4.200+ oefenvragen

Big four

3.900+ oefenvragen

Deductief redeneren gratis oefenen

1

Deductief redeneren oefenen

Ga aan de slag met deze gratis deductief redeneren oefentoets.

2

Deductief redeneren oefenen

Ga aan de slag met deze gratis deductief redeneren oefentoets.

Belangrijkste tip voor deductief redeneren oefenen

Laat jouw kennis en ervaring achterwege. Het gaat om de theorie die je krijgt. Niet hoe het in de echte wereld is. Als de stelling is dat de zon blauw is en de conclusie is “ik zie een zon, dus die is blauw”. Dan klopt die stelling.

Wat is deductief redeneren?

Bij deductief redeneren heb je een theorie of een waarheid. Van daaruit ga je naar waarnemingen toe. Je bepaalt dus op basis van de theorie of de waarnemingen juist zijn. Of welke waarnemingen er moeten zijn. Deductief is de tegenhanger van inductief. Dat is precies andersom. Van waarneming naar theorie.

Hoe krijgt deductief redeneren dan vorm op een capaciteitentest? Dat is meestal in de vorm van syllogismen. Dan krijg je namelijk een aantal waarheden. Bijvoorbeeld “alle stoelen zijn groen”, ik zie een stoel, dus de stoel is groen. Die waarneming moet kloppen.

Deductief redeneren uitleg

Er zijn veel soorten deductief redeneren mogelijk. Iedere keer dat je namelijk een waarheid of theorie krijgt, kan er sprake zijn van deductief redeneren. Daarom zijn sommige vormen van teksten analyseren ook deductief. Net als dat sommige rekenvragen deductief kunnen zijn. 

We beperken ons hier tot de meest voorkomende vormen van assessment deductief redeneren. Dat zijn namelijk het syllogisme, de leeftijden vraag en de positie vraag.

Deductief redeneren voorbeeld

Hieronder volgen drie voorbeelden van deductief redeneren. Wil je nou meer voorbeelden? Maak dan de gratis deductief redeneren test bovenaan deze pagina.

Deductief redeneren voorbeeld 1

Stelling 1: Alle tafels hebben poten.
Stelling 2: Alle poten zijn gemaakt van plastic.

Conclusie 1: Mijn hond heeft een plastic staart.
Conclusie 2: Tafels worden gebruikt om te eten.
Conclusie 3: Mijn tafel heeft plastic poten.
Conclusie 4: Er is geen antwoord logisch te bepalen op basis van de stellingen.

Welke conclusie is juist? Zie jij het antwoord? Laten we de conclusies afgaan. De eerste is niet per se juist. Want er wordt niet over honden gesproken. Conclusie 2 net zo goed. Conclusie 3 moet juist zijn, want dat volgt uit de stellingen. Dan valt conclusie 4 dus ook af. Het helpt bij deze vorm van redeneren om een Venn diagram te tekenen:

Deductief redeneren voorbeeld

Deductief redeneren voorbeeld 2

Jan en Klaas pakken tegelijk de trein.
De trein van Leo vertrekt 2 uur eerder dan Michel.
Michel zijn trein vertrek tenminste 4 uur later dan die van Klaas.
Elke treinrit duurt 6 uur.
Michel komt om 21.00 uur aan.

Conclusie: de trein van Klaas vertrekt om 08.00 uur.

Is deze conclusie waar, niet waar of niet te beoordelen?

Antwoord: deze vraag is niet te beoordelen. Het is niet met zekerheid vast te stellen dat de treinen van Jan en Klaas om 08.00 vertrekken.

Deductief redeneren voorbeeld 3

Gido zit rechts van Erik.
Felix zit links van Erik.
Fido zit tussen Felix en Gido.
Eva zit rechts van Erik

Welke stelling kan niet waar zijn?
A. Erik zit tussen Eva en Fido.
B. Gido zit tussen Eva en Erik.
C. Felix zit op de tweede stoel van rechts.
D. Eva zit links van Gido.
E. Erik zit links van Fido.

Je kunt het beste de posities uitschrijven. Dan krijg je het volgende:

  • Erik – Gido
  • Felix – Erik – Gido
  • Felix – Fido – Erik – Gido (Fido kan ook rechts van Erik zitten)
  • Felix – Fido – Erik – Eva – Gido (Eva kan ook rechts van Gido zitten)

A: is mogelijk.
B: is mogelijk.
C: niet mogelijk.
D: is mogelijk.
E: is mogelijk.

Dus C kan niet waar zijn. Felix is de enige waarvan je de stoel met zekerheid kan aanwijzen. Helemaal links namelijk.

Valkuilen deductief redeneren

De belangrijkste valkuil bij deductief redeneren is dat je jouw eigen kennis en ervaring meeneemt naar de vraag. In het echt kan de staart van een hond niet van plastic zijn. Maar in een syllogisme is dat wel de waarheid. Dus dan moet je jouw kennis achterwege laten. Ga alleen af op de feiten in de vraag.

Deductief redeneren tips

  • Hou je bij de theorie zoals die in de stellingen staat. Laat jouw eigen kennis achterwege. 
  • Als je syllogismen moet oplossen, denk er dan aan om een Venn diagram te tekenen. Daardoor wordt snel duidelijk wat de verhoudingen zijn in de stellingen.

Start direct met oefenen

Zorg voor een goede voorbereiding op jouw capaciteitentest.

Waarom Hellotest?

Veelgestelde vragen

Bij deductief redeneren heb je een theorie of een waarheid. Van daaruit ga je naar waarnemingen toe. Je bepaalt dus op basis van de theorie of de waarnemingen juist zijn. Of welke waarnemingen er moeten zijn. Deductief is de tegenhanger van inductief. Dat is precies andersom. Van waarneming naar theorie.

Hoe krijgt deductief redeneren dan vorm op een capaciteitentest? Dat is meestal in de vorm van syllogismen. Dan krijg je namelijk een aantal waarheden. Bijvoorbeeld “alle stoelen zijn groen”, ik zie een stoel, dus de stoel is groen. Die waarneming moet kloppen.

Bij deductief redeneren heb je een theorie of een waarheid. Van daaruit ga je naar waarnemingen toe. Je bepaalt dus op basis van de theorie of de waarnemingen juist zijn. Of welke waarnemingen er moeten zijn. Deductief is de tegenhanger van inductief. Dat is precies andersom. Van waarneming naar theorie.

Bij deductief logisch denken heb je een theorie of een waarheid. Van daaruit ga je naar waarnemingen toe. Je bepaalt dus op basis van de theorie of de waarnemingen juist zijn. Of welke waarnemingen er moeten zijn. Deductief is de tegenhanger van inductief. Dat is precies andersom. Van waarneming naar theorie.

Bij deductief logisch redeneren heb je een theorie of een waarheid. Van daaruit ga je naar waarnemingen toe. Je bepaalt dus op basis van de theorie of de waarnemingen juist zijn. Of welke waarnemingen er moeten zijn. Deductief is de tegenhanger van inductief. Dat is precies andersom. Van waarneming naar theorie.

Bij een deductieve benadering start je vanuit een theorie. Van daaruit trek je conclusies over de waarnemingen.

Deductief redeneren oefenen voor 14,99