Algemene informatie – syllogismen oefenen

Syllogismen zijn moeilijke opgaven die je flink in verwarring kunnen brengen. Hieronder vind je enkele praktische tips om het oplossen van deze testen te oefenen, maar eerst een introductie van een syllogisme.

Een syllogisme bestaat eigenlijk altijd uit twee stellingen en een conclusie. Die conclusie moet je beoordelen als “waar”, “niet waar” of “niet te beoordelen”. Het lastige is dat de informatie uit de stellingen niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid. Dat werkt verwarrend, en zorgt dat je meer tijd besteedt of foute antwoorden geeft.

Voorbeeld syllogismen oplossen

Stelling 1: Een koe is een dier.

Stelling 2: Alle dieren hebben vier poten.

Conclusie: Een koe heeft vier poten.

Antwoord: Waar

 

Voorbeeld syllogismen oplossen

Stelling 1: Geen koe heeft geen horens.

Stelling 2: Alle horens zijn groen.

Conclusie: Een koe heeft geen groene horens.

Antwoord: Onwaar

 

Voorbeeld syllogismen oplossen

Stelling 1: Tenminste één koe geeft melk.

Stelling 2: Eén koe staat in de wei.

Conclusie: De koe in de wei geeft melk.

Antwoord: Niet te beoordelen

Wat enorm helpt bij het oplossen van de vragen is gewenning aan de manier van formuleren. Ook moet je de informatie loskoppelen van de realiteit, waar de makers van de vragen juist hun best doen om je in verwarring te brengen.

Interpretatie van de informatie

Waar je bij dit soort stellingen op moet letten, is de dubbele ontkenning. Een voorbeeld hiervan is “geen koe heeft geen vier poten”. Dat betekent eigenlijk “alle koeien hebben vier poten”. Door dit om te vormen maak je de vraag makkelijk oplosbaar.

Een andere valkuil is een stelling waar “tenminste één” in staat. Dat is namelijk een variabele hoeveelheid. Soms weet je niet precies hoeveel het er zijn, maar de “tenminste één” voorwaarde klopt dan wel, ook al is het niet altijd een erg nauwkeurige omschrijving.

Cirkels tekenen

Als je gaat oefenen, kan je gebruik maken van het tekenen van cirkeltjes om de onderlinge verhoudingen weer te geven. Bij voorbeeld 1 teken je een koe als subcategorie van dieren, en dan de dieren als subcategorie van vier poten. Zo zie je met 100% zekerheid dat alle koeien ook binnen de categorie vier poten vallen. Deze truc zorgt voor veel meer gemak bij het loskoppelen van de realiteit.

Zoek actief naar “niet te beoordelen”

Veel mensen kijken naar de stellingen, en vragen zich eerst af “is dit waar?”. Als op basis van de informatie dat niet blijkt, dan is de eerste conclusie die zich aandient “niet waar”. In het echte leven wordt deze manier van denken vaak gewaardeerd en beloond. Bij dit soort vragen echter, is de optie “niet te beoordelen” in een groot deel van de gevallen beter. Trap dus niet in de valkuil dat je te snel “niet waar” antwoordt.