Een 21+ toelatingsonderzoek wordt door Fontys gebruikt om vast te stellen of jij het juiste niveau hebt. Bijvoorbeeld als jij geen diploma hebt van de middelbare school of MBO niveau 4. Als jij het onderzoek goed afsluit, toon je aan dat je over de juiste kwaliteiten beschikt. Vervolgens kan je gewoon deelnemen aan het opleidingsprogramma.

Onderdeel van een 21+ toelatingsonderzoek is altijd een capaciteitentest. Fontys koopt bij een extern assessmentbureau (Pearson) de capaciteitentest (DAT) in. Er worden drie capaciteiten gemeten: numeriek redeneervermogen, abstract redeneervermogen en verbaal redeneervermogen.

Om toegelaten te worden tot de opleiding moet jouw score hoger zijn dan de normgroep. De normgroep hangt af van de opleiding waar je aan wilt deelnemen. Als jij aan een HBO opleiding wilt deelnemen, moet je een score halen die door HBO-ers wordt behaald. De beste manier om de normgroep te verslaan, is door te veel oefenen. Oefenen heeft dus altijd zin voor een 21+ toelatingsonderzoek.

Fontys

  • Fontys kwam als meest aantrekkelijke werkgever uit de bus bij Hogescholen en Universiteiten in Nederland
  • Aantal medewerkers: 4.785
  • Medewerkerstevredenheid: 7,5 op een schaal van tien

Let op: ga altijd uit van het assessmentbureau dat in jouw uitnodiging staat! Als je vragen hebt of twijfelt welk oefenpakket je moet hebben, neem dan contact met ons op.

Fontys assessment

Woordbeeld:

Woordbeeld bestaat uit de correcte spelling geven van bepaalde woorden. Je krijgt hetzelfde woord meerdere keren te zien en geeft aan welke schrijfwijze juist is. In ons oefenpakket zitten de lastige woorden uit Nederlandse taal maar ook nieuwe woorden uit het Engels.

Taalgebruik:

Bij taalgebruik moet je aangeven of een zin grammaticaal gezien klopt. Hiervoor moet je een uitgebreide kennis van de Nederlandse grammatica hebben. Ons oefenpakket behandelt veelvoorkomende instinkers en lastige zinnen.

Analogieën:

Bij analogieën krijg je twee aantal woorden te zien met een onderliggend verband. Je moet vervolgens aangeven welk woord hetzelfde verband deelt met het gegeven derde woord.

Figurenreeksen:

Bij figurenreeksen krijg je een aantal figuren te zien en moet je het laatste figuur bepalen. Je moet letten op verschillende soorten verbanden, bijvoorbeeld: grootte, aantal, kleur en positie. Dit is een erg lastig onderdeel. Het is belangrijk veel te oefenen zodat je alle soorten verbanden leert herkennen.

Ruimtelijk inzicht:

Ook wel bekend als kubussen. Bij dit onderdeel moet je aangeven hoe een kubus kan worden uitgevouwen. Of juist andersom, hoe een uitgevouwen figuur een kubus kan worden. Dit is een lastig onderdeel dat met oefenen een stuk makkelijker wordt.

Rekenvaardigheid:

Rekenvaardigheden zijn vergelijkbaar met hoofdrekenen. Het is de bedoeling dat je eenvoudige berekeningen uitvoert. Denk hierbij aan: optellen, aftrekken, delen en vermenigvuldigen. Het lastige aan dit onderdeel is dat je vaak veel berekeningen in korte tijd moet uitvoeren. Goed oefenen, zorgt ervoor dat je sneller en nauwkeuriger wordt.

Snelheid en nauwkeurigheid:

Bij snelheid en nauwkeurigheid moet je in hele korte tijd bepalen of twee gegeven stukjes tekst of woorden hetzelfde zijn of niet. Door te oefenen leer je met de strakke tijd omgaan en makkelijker verschillen herkennen.