Gratis cijfermatrixen oefenen met uitleg

Ben jij al klaar voor je sollicitatie? Ontdek meer dan 60 oefenpakketten en ga voorbereid je gesprek in!

Matrixen komen in steeds meer assessments voor. Het is een mooie samenvoeging van bewegende en statische figuren. Daarom moet je ook over veel vaardigheden beschikken om matrixen goed te maken. Cijfermatrixen zijn een variant op bestaande matrixen

In dit artikel gaan we dieper in op cijfermatrixen. Deze matrixen bestaan niet uit figuren of afbeeldingen maar elk vak bevat nu een cijfer. Om een nieuw vak te bepalen, moet je verschillende berekeningen uitvoeren. Deze vorm van matrixen test daarom zowel je logisch als numeriek redeneren.

Gratis matrixen oefenen, voorbeeld 1:

Voorbeeld van een cijfermatrix

Dit is een erg complexe matrix. De bovenste rij lijkt nog wel eenvoudig. 25 = 5*5, 15 = 3*5 en 5 = 1*5. Maar dit is niet toepasbaar op de middelste rij. Om de matrix op te lossen moet de logica voor beide rijen gelden, dan pas is het toepasbaar op de derde rij.

Een matrix moet op te lossen zijn, dit vraagt dus om een andere aanpak. Het verband tussen alle getallen kun je met trial and error achterhalen. Dit doe je door verschillende combinaties te proberen en te kijken of je een verband kunt achterhalen.

Begin door de getallen om te draaien naar:

Voorbeeld van een cijfermatrix 2

Probeer de volgende formule: (Kolom A * kolom B) / kolom C = ?
(5*15)/25 =3
(6*9)/18 = 3

Als je de formule op twee rijen kunt toepassen, geldt deze ook voor de derde rij. Omdat hier kolom B ontbreekt kun je dit invullen in de formule:

(10 * ?)/110 = 3

3 * 110 = 10 * ?

330 = 10 * ?

? = 33.

Gratis matrixen oefenen, voorbeeld 2:

Gratis matrixen oefenen met uitleg voorbeeld 2

Zoals gebruikelijk beginnen we eerst met de analyse van de rijen. Hiervoor lijkt een andere volgorde logischer:

Gratis matrixen oefenen met uitleg voorbeeld 2 herschrijven

Rij 1: 5 + 3 = 8
Rij 2: 4 + ? = 6
Rij 3: 15 + 25 = 39

De logica loopt hierbij al snel stuk. Zowel de 3e rij als de 2e rij komen niet goed uit.

De volgende analyse loopt via de kolommen:

Kolom A: 5 * 4 = 20 (5 te veel)
Kolom B: 3 * ? = 24 (onbekend)
Kolom C: 8 * 6 = 48 (8 te veel)

Deze uitkomsten kloppen niet maar als je bij de getallen uit de 2e rij (4, ? en 6) één aftrekt klopt alles wel:

Kolom A: 5 * (4-1) = 15
Kolom C: 8 * (6-1) = 40

Om het goede antwoord te bereken moet je de formule weer invullen met de bekende gegevens.

Kolom B:

3 * (?-1) = 24

24/3 = (?-1)

8 = (?-1). Het antwoord is dan uiteraard 9.

Matrixen oefenen

De hierboven getoonde matrixen zijn anders dan je normaal zult tegenkomen. Wel helpen dit soort oefeningen bij het ontwikkelen van rekenvaardigheden en het herkennen van patronen. Dit zijn handige vaardigheden als je assessments moet maken.

Een ander belangrijk punt is dat deze matrixen waarschijnlijk relatief moeilijk zijn. Je zult deze soort matrixen echter niet tegenkomen bij de grote bureaus zoals LTP, PiCompany of Saville. Daarom is het heel belangrijk een oefenpakket te kiezen waarbij de juiste oefeningen worden getoond. Anders zit jij met de stress van veel moeilijke opgaven die misschien helemaal niet gevraagd gaan worden.