Alles over analogieën

Veel assessments hebben een onderdeel waarbij je op analogieën wordt getest. Om bij deze analogieën test goed te kunnen scoren, is het belangrijk dat je vaak kunt oefenen. Hellotest biedt oefenpakketten waarmee analogieën oefenen een makkie wordt. Je krijgt eerst lessen met duidelijke uitleg, gevolgd door oefentesten op vergelijkbaar niveau.

Alles over het assessment

“Specifieke voorbereiding op alle soorten analogieën, alleen bij Hellotest.”

Corstiaan Smit – assessment trainer

Beste score

Verhoog jouw score en krijg die baan. Ruim 95% van onze cursisten haalt het assessment.

Specifieke voorbereiding

Cursusmateriaal voor elk specifiek assessmentbureau. We hebben ruim 70 oefenpakketten!

Onafhankelijk ontwikkeld

Al het materiaal is onafhankelijk door ons ontwikkeld. We zijn niet verbonden aan werkgevers of ontwikkelaars.

Wat zijn analogieën?

Als je voor het eerst hoort dat je assessment analogieën bevat, is de kans groot dat je direct “analogie betekenis” of “wat betekent analogie” googelt. Wij leggen je graag duidelijk uit wat analogieën zijn en waarom ze zo vaak worden gebruikt in assessments. 

Analogieën worden gezien als een onderdeel van verbaal redeneren. Hierdoor worden de termen ‘verbale analogieën’ of ‘verbal analogies’ ook vaak gebruikt. Bij een analogie krijg je maximaal vier woorden te zien. Deze woorden vormen twee paren. Het is de bedoeling om de ontbrekende woorden in te vullen. Om de woorden te bepalen, zul je de onderliggende relatie moeten vaststellen.

Een aantal veelgebruikte relaties bij analogieën zijn:

  • functie: een hamer gebruik je om te slaan,
  • overtreffende trap: heet en heter,
  • antoniem: sterk en zwak,
  • synoniem: mooi en prachtig,
  • eigenschap: oranje en wortel,
  • categorie: poedel en hond.

Naast deze veel voorkomende relaties zijn er nog veel meer. Hoe meer relaties je kent, hoe makkelijker de test je afgaat. Analogieën worden vaak gebruikt in assessments om te testen wat de capaciteiten van een persoon zijn en hoe die persoon verbanden kan ontdekken.

Wil je vóór je assessment analogieën oefenen? Dan kan Hellotest je helpen. Met onze oefenpakketten kun je verbale analogieën oefenen en nadien een analogieën test maken, zoals een test van een assessmentbureau er ook zou uitzien. 

Verschillende types analogieën

Er zijn drie types analogieën; de enkele analogie, de dubbele analogie en de matrix analogie. 

Geloof onze gebruikers

Ruim 20.000 gebruikers gingen je voor, zij waarderen ons met een 8,5+ op Webwinkelkeur.

Voor alle apparaten

24/7 toegang tot het materiaal op alle apparaten: mobiel, tablet, laptop en desktop

Vergelijk jouw score

Vergelijk jouw score met anderen zodat je weet wanneer je klaar bent voor de test.

Enkele analogie

Bij een enkele analogie moet je één woord bepalen. Dit is de eenvoudigste versie, omdat je hierbij al een relatie krijgt. Vaak is het woord dat je moet bepalen het laatste woord, maar het kan ook één van de andere woorden zijn. Omdat je al één woordpaar krijgt, is het relatief eenvoudig om de relatie te bepalen.

Het lastige aan enkele analogieën is dat je woorden krijgt met meerdere betekenissen. Woorden die zowel een werkwoord als zelfstandig naamwoord zijn. Daardoor interpreteer je snel de relatie verkeerd. Ook is woordkennis belangrijk. Je zult tegen woorden aanlopen waarvan je niet de betekenis weet. Door goed te redeneren kan je dan toch het antwoord bepalen.

PiCompany analogieën oefenen

Enkelvoudige analogie voorbeeld: 

Analogieën oefenen

Een analogie bestaat uit vier woorden waarvan er één of twee ingevuld moeten worden.

Analogieën oefenen

Een voorbeeld van een analogie waarbij het laatste woord ingevuld moet worden.

Analogieën oefenen

Buiten is het koud, dus binnen is het warm. Het gaat hier om een eigenschap.

Op onze site kun je een paar keer gratis oefenen op analogieën.

NOA woordanalogieën oefenen

Dubbele analogie

Bij een dubbele analogie moet je twee woorden bepalen. Dit is een lastige versie omdat je nu voor beide woorden moet vaststellen wat de relatie wordt. Dubbele analogieën oefenen is dus moeilijker, want de overeenkomst tussen twee zaken moet worden gebruikt als redenering. Daarbij zijn er verschillende soorten relaties te vinden. Je moet bijvoorbeeld twee keer het eerste woord vinden of juist het eerste en tweede. Afhankelijk daarvan wordt de vraag lastiger.

Bij dubbele analogieën is het nog lastiger omdat je woorden verschillend kunt interpreteren. Je zult goed naar de context van de andere woorden moeten kijken. Bij het woord ‘school’ denk je al snel aan onderwijs. Maar het kan ook een groep vissen zijn. Woordkennis is dus zeer belangrijk. Wel is het zo dat je op basis van de gegeven woorden vaak het antwoord logisch kunt beredeneren.

Hieronder schetsen we een voorbeeld analogie:

………      staat tot              kieuwen als           vogel staat tot ………

1             vis                                                                                                               a kuiken

2             oceaan                                                                                                       b valkenier

3             hengel                                                                                                         c vleugels

4             visser                                                                                                           d roofdier

5             aas                                                                                                             e vliegen

Het antwoord is dat vis staat tot kieuwen als vogel staat tot  vleugels. Vissen hebben namelijk kieuwen en vogels hebben vleugels. Het onderliggende principe is “dieren met een kenmerkend lichaamsdeel”.

Er zijn verschillende grondslagen voor analogieën, zoals tegenstellingen (warm versus koud), synoniemen (heet en warm), functionaliteit (oven en verwarmen), overtreffende trap (warm en warmer), etc.

Matrix analogie

De matrix analogie is een speciale versie van de enkele en dubbele analogie. In dit geval wordt de analogie in een matrix van twee bij twee getoond. Dat betekent ook dat alle woorden zowel een horizontale als een verticale relatie hebben.

Voor deze analogie gelden verder alle voorwaarden als voor de enkele en dubbele analogie. Vanwege de opmerkelijke vorm raken veel kandidaten hiervan in de war. Als je echter goed oefent met deze vorm van analogieën zul je merken dat het niet veel moeilijker is.

ACT analogieën oefenen

Hoe kun je analogieën oefenen?

Je kunt het best elk type analogie oefenen door veel verschillende voorbeeldoefeningen te maken. Zo ga je steeds sneller verbanden zien tussen verschillende woorden. 

Welke assessmentbureaus maken gebruik van analogieën? 

Meerdere assessmentbureaus maken gebruik van analogieën. Zo gebruiken Cubiks, NOA en PiCompany vaak enkele analogieën en staan Eelloo, HTM, LTP en Pearson er dan weer om bekend vaak dubbele analogieën te gebruiken. 

Analogieën oefenen

Analogieën oefenen online? Dat doe je met Hellotest. Ons lessenplan inclusief testen is veel uitgebreider dan een gratis analogie test, waardoor je volledig voorbereid bent op de moeilijkheidsgraad van de assessment. Je kunt met onze oefenpakket analogie na analogie oefenen (met uitleg erbij als je het niet snapt). Kies nu voor Hellotest en scoor op het analogieën-gedeelte van jouw assessment!

Start jouw assessment voorbereiding!

Als je binnenkort een assessment hebt, is het belangrijk die goed voor te bereiden. Wij bieden de allerbeste voorbereiding voor specifieke assessments. Bijvoorbeeld voor PiCompany, SHL en LTP.

0
vragen in onze database
0
tevreden gebruikers

Wat is een analogie voorbeeld?

Een voorbeeld van een analogie is bijvoorbeeld “Wit staat tot Zwart als Begin staat tot Eind”. In dit geval gaat het om tegenstellingen.

Wat is een analogie?

Een analogie bestaat uit een aantal woorden met een onderliggende relatie. In principe is er sprake van twee woordparen. De relatie in de woordparen is dan hetzelfde. Bijvoorbeeld “Hand staat vinger als Voet staat tot Teen”. In dit geval zie je snel dat een hand vingers heeft en een voet tenen. Dus de relaties zijn hetzelfde.

Wat is het verschil tussen een metafoor en een analogie?

Bij een analogie is er een verhouding tussen vier termen waarbij A staat tot B en C staat tot D. Waarbij de relatie tussen A en B en C en D hetzelfde is. Een metafoor is een vergelijking waarbij het een met iets anders wordt aangeduid.

Wat is een analogieën test?

Een analogieën test wordt vaak in assessments gebruikt. Je moet dan een serie analogieën beantwoorden in een bepaalde tijd. Op basis van deze analogieën test krijg je dan een uitslag over jouw verbale capaciteiten.

Wat is een dubbele analogie?

Een dubbele analogie is de moeilijke versie van een enkele analogie. Bij een dubbele analogie moet je namelijk twee woorden invullen en bij een enkele analogie slechts één. Bij een dubbele analogie moet je dus heel goed de verschillende relaties kennen die analogieën hebben.

Wat is verbale analogie?

In principe zijn analogieën een verbaal onderdeel en daarom worden ze ook wel verbale analogie genoemd. Bij een analogie heb je vier woorden met een bepaalde verhouding tot elkaar: A staat tot B als C staat tot D. Bijvoorbeeld “Koud staat tot IJs als Heet staat tot Stoom”.

Wat is analogie redenering?

Om een analogie op te lossen moet je verbaal kunnen redeneren. Je moet daarvoor zowel veel woordkennis hebben maar ook logisch kunnen redeneren. Het oplossen van het logische vraagstuk is daarom een analogie redenering. Dus A staat tot B als C staat tot D.

Waarom analogieën?

Analogieën bestaan al heel lang en worden veel gebruikt als stijlfiguur in de literatuur maar ook in het dagelijks leven. Denk bijvoorbeeld aan een verliefd stelletje “Romeo en Julia” noemen.

Wat test je met analogieën?

Met analogieën kun je het verbaal redeneervermogen testen van mensen. Dat wordt vooral gedaan in de vorm van een IQ test of een capaciteitentest tijdens een assessment. Op basis van deze test kan dan een oordeel worden gevormd over de verbale vermogens van een kandidaat. Dat speelt dan weer mee tijdens bijvoorbeeld de sollicitatieprocedure.