Algemene informatie – figuurreeksen oefenen

Wellicht het meest bekende onderdeel van het assessment: figuurreeksen. In hoofdlijnen zijn er twee varianten van figuurreeksen: de statische en de bewegende figuurreeks.

Logisch redeneren
Figuurreeksen worden vaak gebruikt om logisch, inductief of abstract redeneren te toetsen. Hierbij krijg je een reeks figuren te zien (vier of vijf) waarbij je op basis van de veranderingen in de figuren een onderliggende logica moet bepalen. Aan de hand van die logica kun je voorspellingen doen over de volgende figuren. Veel mensen gaan hier in de fout omdat ze te snel willen werken.

Dan laten ze intuïtie het werk doen met bijvoorbeeld de volgende analyses: “dit figuur heb ik niet eerder gezien” of “het zal die wel zijn”. Dat zijn duidelijke voorbeelden waarbij je dus niet logisch redeneert. Dit moet je eerst afleren wil je hier een goede score kunnen behalen. Om dit proces te begeleiden hebben wij per specifiek testbureau een aanpak. Dan wordt het niveau langzaam opgebouwd aan de hand van uitgebreide lessen met voorbeelden. Uiteindelijk maak je oefentoetsen op volle lengte met vragen die het niveau van de echte test benaderen. Zo ben je optimaal voorbereid op je assessment.

Voorbeeld figuurreeksen oplossen

Om te begrijpen wat de logische denkprocessen zijn achter het oplossen van een figuurreeks is het goed om hier een voorbeeld bij te zien:

shl_fr_oef_1_3

Analyseer de onderdelen van één plaatje los van elkaar

Op deze manier hou je de analyse overzichtelijk en voorkom je fouten. Een valkuil is dat mensen vaak het gehele plaatje in één keer willen omschrijven. Het wordt dan vaak meer een algemene omschrijving dan een logische analyse. Daarnaast moet je om een nauwkeurig beeld te schetsen van het totaal de losse onderdelen al precies kennen. Kortom: doe de onderdelen één voor één. Je ziet in bovenstaand figuur een envelop en een zwart vlak, dit zijn twee losse figuren dus die moet je los van elkaar oplossen.

Zoek snel logische verbanden

Probeer logische veranderingen te vinden, bijvoorbeeld een figuurtje wat in een bepaald patroon beweegt. Vind je er één? Loop de antwoorden door, en verwerk je conclusie. Maak meteen de volgende analyse. Lukt het bijna of helemaal niet? Dan heb je geen verband. Ga terug naar het begin, en zoek iets anders.

Als je naar het voorbeeld kijkt zie je dat het envelopje twee keer boven staat, twee keer beneden staat, en daarna één keer in het midden. Het zal logisch zijn als hij hier ook nog een keer staat. In het antwoord moet het envelopje dus in het midden staan. Alles waar dit niet zo is, is per direct fout.

Het zwarte figuur beweegt van beneden, midden, boven, midden naar beneden. Het is logisch dat hij daarna weer naar het midden gaat. Alle antwoorden waar het zwarte vlak niet in het midden staat is fout. Bij A en D staat het zwarte vlak in het midden. Alleen bij A staat het envelopje niet in het midden.

Dan is het logisch beredeneerd dat antwoord D het antwoord is. Je ziet het envelopje alleen niet. Kennelijk verdwijnt die achter het zwarte vlak.

Makkelijke dingen eerst

Van persoon tot persoon verschilt dit, maar iedereen heeft een natuurlijke voorkeur voor bepaalde veranderingen. Denk bijvoorbeeld aan wit/zwart/wit/zwart afwisseling. Door deze analyses eerst uit te voeren maak je snel werk van de vraag, zonder dat het veel tijd kost.

Sluit foute antwoorden uit

Je hoeft niet een volledige voorspelling te doen. Je kan volstaan met het wegstrepen van multiple choice antwoorden tot je er één over hebt. Lukt dat niet? Dan is een gok kans van 50% of 33% ook al een mooi resultaat.

Gericht zoeken

Wanneer je nog twee antwoordmogelijkheden over hebt, kan je ook kijken naar wat het verschil tussen die twee is. Door in te zoomen op dat verschil bespaar je jezelf de tijd van nutteloze analyses.

Alle soorten en maten

Figuurreeksen bestaan letterlijk in allerlei soorten en maten. Per assessmentbureau verschilt dit sterk. Naast het feit dat algemene oefening loont, is het uitermate zinvol om specifiek voor het bureau te oefenen waar jij door bent uitgenodigd. Op deze manier kun je jezelf verzekeren van een optimale score. Ook heb je daarmee een voorsprong op je concurrenten die dat niet hebben gedaan. Je score is namelijk relatief ten opzichte van de overige kandidaten die de test hebben gemaakt. Kleine verbeteringen kunnen al tot een groot verschil in score leiden.