WETENSCHAPPELIJK ONDERBOUWD

Heeft het zin om te oefenen voor een assessment?

Ja. Kandidaten die oefenen scoren meetbaar hoger op cognitieve capaciteitentesten. Dat blijkt uit grootschalig wetenschappelijk onderzoek, en we zien het terug in onze eigen data. Maar het beeld is genuanceerder dan “oefenen helpt altijd alles”, en die nuance geven we ook op deze pagina.

Het korte antwoord

Twee grote meta-analyses, samen gebaseerd op ruim 280.000 deelnemers, laten zien dat scores op cognitieve testen stijgen door herhaling en voorbereiding. Het effect is groter wanneer je oefent met materiaal dat lijkt op de echte test, en groter nog wanneer er gerichte instructie bij komt.

Wat het wetenschappelijk onderzoek laat zien

De vraag of oefenen werkt, is in de wetenschap goed onderzocht. Twee meta-analyses vormen de ruggengraat van het antwoord.

De eerste is Hausknecht en collega’s (2007), gepubliceerd in het Journal of Applied Psychology. Zij vatten 50 studies samen, met 107 steekproeven en 134.436 deelnemers, allemaal in de context van cognitieve capaciteitentesten.1 Hun centrale bevinding: scores stijgen wanneer kandidaten een test opnieuw maken. Tussen de eerste en tweede afname bedraagt die stijging gemiddeld iets meer dan een kwart standaarddeviatie (de voor meetfout gecorrigeerde effectgrootte is 0,26). Het effect was robuust en trad op in vrijwel alle onderzochte situaties.

De tweede is Scharfen, Peters en Holling (2018) in Intelligence. Zij actualiseerden en verbreedden het beeld met 122 studies, en vonden dat het oefeneffect niet lineair verloopt: de winst is het grootst tussen de eerste en tweede poging, neemt daarna af, en vlakt af na de derde afname. Over meerdere afnames kan de totale winst oplopen tot ongeveer een halve standaarddeviatie.2 De grootte van het effect hangt af van het type test, de testvorm, het interval tussen de afnames en de leeftijd van de deelnemer.

De conclusie van beide studies is hetzelfde: oefenen helpt, het meeste rendement zit in de eerste paar keer en daarna lopen de marges terug.

Hoe groot is het effect?

Een effectgrootte als 0,26 zegt niet zoveel. Hausknecht et al vertalen het zelf naar percentielen. Dat maakt het makkelijker om het te interpreteren. Een kandidaat die op de eerste test op het 50e percentiel scoort, zou op basis van de normgegevens van de eerste test naar verwachting op het 60e percentiel scoren bij de tweede afname, en op het 71e percentiel bij de derde.1 Bij een selectiedrempel kan dat het verschil zijn tussen afvallen en doorgaan.

De effectgroottes uit de meta-analyse, met de voor meetfout gecorrigeerde waarde (δ):

SituatieEffectgrootte (δ)Waar dat ongeveer op neerkomt
Eerste naar tweede afname0,26P50 → P60
Eerste naar derde afname0,56P50 → P71
Met gerichte instructie (coaching)0,70tegenover 0,24 zonder
Bij een identieke testvorm0,46tegenover 0,24 bij een afwijkende vorm

Bron: Hausknecht et al. (2007), Tabel 1 en Tabel 4. δ = effectgrootte gecorrigeerd voor sampling- en meetfout. De 95%-betrouwbaarheidsintervallen van de coaching- en testvorm-vergelijkingen overlapten niet, wat de verschillen statistisch betekenisvol maakt.

In deze tabel vallen twee dingen op. Allereerste is het effect bijna drie keer zo groot wanneer er gerichte instructie bij komt dan bij simpele herhaling (0,70 tegenover 0,24). Ten tweede geeft oefenen met een testvorm die lijkt op de echte test bijna een verdubbeling van het effect ten opzichte van een afwijkende vorm (0,46 tegenover 0,24). Dat betekent dus dat een les(instructie) en een testsimulatie veel invloed hebben en dat het dus uitmaakt hoe en waarmee je oefent.

Waarom werkt oefenen?

Het oefeneffect is geen trucje. De wetenschappelijke literatuur wijst op drie mechanismen die samen verklaren waarom voorbereiding de score verhoogt:

  1. Meer zelfvertrouwen: onbekendheid met de test en zenuwen drukken de score kunstmatig omlaag. Als je het testformat kent, presteer je dichter bij je eigen niveau.
  2. Vertrouwdheid met het format: als je de vraagtypen herkent, verlies je geen tijd aan het snappen van de opdracht. Je kan meteen aan de slag en verliest niet onnodig tijd en punten.
  3. Betere strategie: door te oefenen ontwikkel je een strategie: wel of niet overslaan, wel of niet gokken, hoe lang besteed je aan een vraag? Gerichte instructie verbetert dit mechanisme.

Deze mechanismen verklaren ook waarom de winst afvlakt: zodra de spanning weg is, het format bekend is en de strategie bekend is, valt er minder te winnen. Vandaar het plateau na de derde afname dat Scharfen vond.

Eerlijk over de grenzen en beperkingen van het onderzoek

Een pagina die op wetenschap leunt, moet ook vertellen wat de wetenschap niet aantoont. Drie nuances horen erbij.

Ten eerste is het verschil tussen testonderdelen niet heel groot. Hausknecht vond wel dat de scorewinst voor analytische en numerieke onderdelen iets groter was dan voor verbale onderdelen, maar dat verschil was statistisch niet significant: de onzekerheidsmarges overlapten.1 Wat wel vaststaat, is dat de winst in alle onderzochte onderdelen optrad. Welke onderdelen het sterkst reageren op oefening, komt uit ander, domeinspecifiek onderzoek, en dat behandelen we op de pagina’s per testtype.

Ten tweede komt een deel van de scorewinst door regressie naar het gemiddelde, een statistisch verschijnsel dat optreedt wanneer juist de lager scorende kandidaten terugkomen voor een hertest. In de twee studies waar Hausknecht dit kon narekenen, verklaarde het minder dan 10% van het totale effect.1 Het grootste deel van de winst is dus echt, maar niet alles.

Ten derde neemt het voordeel van een identieke testvorm af. Na ongeveer twee jaar is het effect van een identieke vorm vergelijkbaar met dat van een afwijkende vorm omdat geheugeneffecten wegebben.1 Als jij je vlak voor een test voorbereidt, is dat juist gunstig. Dan is het effect het sterkst.

Wat oefenen niet doet

Oefenen maakt je niet onbeperkt beter en het verandert geen vaste persoonlijkheidstrekken. Het haalt de rem van spanning en onbekendheid eraf en scherpt jouw strategie aan. Daardoor kan je je werkelijke niveau laten zien. Het is geen garantie op slagen, maar het vergroot je kansen aantoonbaar.

Is oefenen wel eerlijk tegenover andere kandidaten?

Ja, sterker nog, het tegenovergestelde blijkt waar. Als sommige kandidaten zich kunnen voorbereiden en andere niet, ontstaat juist ongelijkheid. Recent onderzoek van Campion en collega’s (2025) in Human Resource Management betoogt dat oefentesten de voorbereidingskansen gelijktrekken en dat de effecten van goede voorbereiding op kennis en vaardigheden substantieel zijn.3 Door je voor te bereiden zorg je ervoor dat je niet wordt benadeeld ten opzichte van kandidaten die al eens een vergelijkbare test maakten. Voorbereiding verhoogt daarmee de eerlijkheid van het proces, in plaats van die te ondermijnen.

En in onze eigen data?

De wetenschap hierboven gaat over kandidaten in het algemeen. Maar werkt het ook voor mensen die met Hellotest oefenen? Om daar zicht op te krijgen, vroegen we het onze gebruikers zelf.

In ons kandidaatonderzoek legden we 226 kandidaten een vragenlijst voor over hun hele traject. Van de kandidaten die de echte test al hadden gedaan, vond 74% die sterk of redelijk lijken op het oefenmateriaal (n=173). Daarnaast voelde 84% zich op de testdag zelfverzekerder dan voordat ze begonnen met oefenen (n=173). Dat sluit aan op het mechanisme uit de wetenschap: minder spanning, meer vertrouwdheid.

We zijn daarbij eerlijk over de beperkingen. De deelnemers zijn mensen die hun ervaring vrijwillig deelden en dus geen aselecte steekproef. Daarnaast verschillen de cijfers sterk per testaanbieder. We publiceren ook de minder gunstige uitkomsten.

Lees het volledige onderzoek: wat 226 kandidaten ons vertelden over voorbereiden op hun assessment, inclusief de cijfers per bureau en de kanttekeningen.

Per type test

Hoe goed oefenen werkt, en op welke manier, verschilt per soort test. Op de volgende pagina’s gaan we domeinspecifiek de diepte in, met de bijbehorende wetenschappelijke bronnen:

Bronnen

  1. Hausknecht, J. P., Halpert, J. A., Di Paolo, N. T., & Moriarty Gerrard, M. O. (2007). Retesting in selection: A meta-analysis of coaching and practice effects for tests of cognitive ability. Journal of Applied Psychology, 92(2), 373–385.
  2. Scharfen, J., Peters, J. M., & Holling, H. (2018). Retest effects in cognitive ability tests: A meta-analysis. Intelligence, 67, 44–66.
  3. Campion, M. C., et al. (2025). Using Practice Employment Tests in Recruitment and Selection to Equalize Preparation Opportunities. Human Resource Management.
Foto van Corstiaan Smit

Corstiaan Smit

Corstiaan Smit is oprichter van Hellotest en sinds 2013 actief als assessment trainer. Met zijn expertise in capaciteitentesten en strategieën heeft hij duizenden kandidaten succesvol voorbereid op hun assessment. Corstiaan is eindverantwoordelijk voor de ontwikkeling van al het oefenmateriaal en de trainingen, met als doel iedereen een eerlijke kans te geven op zijn of haar droombaan.

Laatst geüpdatet op:

De waardering van www.hellotest.nl bij WebwinkelKeur Reviews is 8.8/10 gebaseerd op 397 reviews.

Totaalpakket met 50% korting!

Als bestaande gebruiker krijg je 50% korting op ons totaalpakket. Je betaalt dus geen 69,99 maar slechts 34,99.

Totaalpakket voor 69,99

Beste keus: kies voor het Hellotest Totaalpakket met meer dan 12.500 oefenvragen.

Moet jij een assessment maken binnenkort?

Veel kandidaten zakken onvoorbereid voor het assessment. Begin vandaag dus nog met oefenen voor jouw test. Gebruik de kortingscode: 10introductie voor 10% korting!