Hellotest favicon

Wat moet je doen bij een factfinding-opdracht tijdens een assessment

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp

Een assessment dat je tijdens een sollicitatieprocedure moet ondergaan, bestaat meestal uit verschillende onderdelen. Een van die onderdelen kan een factfinding-opdracht zijn. Wat is dat en wat moet je doen én juist niet doen bij zo’n factfinding-opdracht?

Praktijksimulaties

Als je wordt uitgenodigd voor een assessment, staat in de uitnodiging meestal precies vermeld waaruit je assessment zal bestaan. Bijna altijd zijn capaciteitstesten, waarmee je cognitieve vaardigheden worden getest, een belangrijk onderdeel van een assessment. Ook krijg je meestal persoonlijkheidsvragenlijsten voorgelegd, waarmee je potentiële werkgever inzicht probeert te krijgen in jouw persoonlijkheid. Daarnaast hecht een werkgever er vaak belang aan om ook inzicht te krijgen in de manier waarop jij in de praktijk handelt en problemen oplost. Hiervoor zijn de praktijksimulaties. Een van die praktijksimulaties, die niet zo heel veel voorkomt, is een factfinding-opdracht.

Wat is een factfinding-opdracht?

Zoals aangegeven is een factfinding-opdracht een praktijksimulatie. Dat betekent dat er gekozen wordt voor een opdracht die jij in de dagelijkse praktijk van de functie waarop je solliciteert kunt tegenkomen. Bij veel praktijksimulaties word je overladen met informatie waaruit je dan zelf de informatie moet filteren die je nodig hebt. Bij een factfinding-opdracht is dat niet het geval. Je krijgt juist heel weinig informatie over een bepaald probleem of een bepaalde situatie. De bedoeling van de opdracht is dat jij door het stellen van vragen aan een gesprekspartner de juiste informatie boven tafel krijgt, waardoor je je een mening kunt vormen. Met deze opdracht kunnen je analytisch vermogen en oordeelsvorming getest worden.

Juiste informatie achterhalen

Een factfinding-opdracht maakt vooral deel uit van een assessment bij sollicitanten op functies waarbij het belangrijk is dat zij op een efficiënte manier bij iemand de juiste informatie kunnen achterhalen. Dat kan bijvoorbeeld voor een consultant het geval zijn, maar ook voor een rechercheur. Je moet bij deze opdracht dus proberen om op de juiste manier de goede vragen te stellen, zodat de ander de informatie prijsgeeft die van belang is. Je tegenspeler zal alleen antwoorden op gerichte vragen die je stelt. Een vraag als ‘Vertel eens wat er gebeurd is’ zal geen informatie opleveren. Op grond van de informatie die je weet te achterhalen, moet je bijvoorbeeld met een oplossing voor het gestelde probleem komen.

Beoordeling

Als je weet waar je op wordt beoordeeld, kun je je strategie daaraan aanpassen. In het geval van een factfinding-opdracht draait het er in de eerste plaats om dat jij op een effectieve wijze informatie vergaart. Er wordt gekeken naar welke vragen je stelt, of daar een bepaalde structuur in zit en of je doorvraagt als dat nodig is. Uit jouw vragen moet blijken, dat je voor ogen hebt welke informatie je nodig hebt.

In het tweede deel van de opdracht moet je je met behulp van de gekregen antwoorden een mening vormen of een probleem oplossen. Je moet dus de juiste verbanden leggen en hoofd- van bijzaken onderscheiden. Vooral de onderbouwing van je oplossing of advies wordt zwaar mee gewogen in je beoordeling.

Tips voor het maken van een factfinding-opdracht

Deze praktijksimulatie moet je geheel op eigen kracht doen. Bij een groepsopdracht kun je nog wel eens gebruik maken van de ideeën van je groepsgenoten, maar dat is bij een factfinding-opdracht niet mogelijk. Je zult zelf je informatie boven tafel moeten zien te krijgen en op grond hiervan de juiste conclusies trekken. Onderstaande tips kunnen je hierbij helpen.

Tip 1: Lees de verkregen informatie goed door en maak een plan

Je hebt misschien de neiging om maar gelijk met het stellen van vragen te beginnen, maar het is zinvoller om even een moment van rust in te lassen om de (summiere) informatie die je hebt gekregen goed op je laten inwerken. Wat staat er nu eigenlijk en wat zou dat kunnen betekenen? Wat weet je al en wat weet je nog helemaal niet? Maak een plannetje met de belangrijkste punten waar je achter moet komen. Formuleer de eerste vragen en breng hier een structuur in aan, zodat je niet van het ene onderwerp op het andere springt. Diep eerst het ene aspect uit en ga dan pas door naar het volgende.

Tip 2: Maak aantekeningen

Luister steeds aandachtig naar het antwoord van je gesprekspartner en maak hiervan aantekeningen. Markeer de belangrijkste onderdelen van zijn antwoord en kijk of je er een lijn in kunt ontdekken. Als je halverwege het gesprek vastloopt, dan kun je je aantekeningen nalezen om te kijken of je nieuwe aanknopingspunten ziet. Als die er niet zijn, sla dan een nieuwe weg in.

Tip 3: Stel goede vragen

Je hebt maar beperkt de tijd voor het uitvoeren van de opdracht, dus verspil geen tijd met het stellen van de verkeerde vragen. Zorg ervoor dat je alleen naar relevante zaken vraagt, maar doe dit ook op de juiste manier. Stel open vragen om zo veel mogelijk aan de weet te komen. Met gesloten vragen lok je uit dat de ander met alleen maar ‘ja’ of ‘nee’ antwoordt. Vraag ook geen meer dingen tegelijk, omdat dan soms niet duidelijk is op welk deel van de vraag de ander antwoord geeft.

Tip 4: Vraag door

Neem geen genoegen met een vaag antwoord. Vraag steeds door als iets je nog niet duidelijk is. Ook als je denkt dat het aan jou ligt dat je nog iets niet begrijpt, moet je verder gaan met vragen. Alleen op die manier kun je aan alle essentiële informatie komen.

Tip 5: Pas indien nodig je strategie aan

Als je aan het begin van de opdracht een strategie hebt bedacht, wees dan niet te star in het volharden daarvan. Als blijkt dat je strategie niet werkt, stap dan over op een andere. Ook als de antwoorden ineens een andere richting uitgaan dan dat je eerst dacht, dan zal je iets met deze informatie moeten doen. Laat zien dat je flexibel bent en op een veranderde situatie kunt inspelen.

Tip 6: Kijk buiten je eigen referentiekader

Bekijk niet alle informatie vanuit je eigen perspectief en probeer je voorkeuren uit te schakelen. Probeer het probleem of situatie vanuit alle kanten te bekijken en vraag je af wie er allemaal bij zijn betrokken en wat zij vinden.

Tip 7: Trek niet te snel conclusies

Denk niet na vijf vragen al dat je wel weet hoe het zit. Blijf doorvragen. Vaak zal je zo’n 25 tot 40 vragen nodig hebben om achter alle aspecten van de casus te komen. Als je al snel denk te weten hoe de vork in de steel zit, probeer dan op een ander spoor te gaan zitten en kijk of je zo tot dezelfde conclusie komt.

Tip 8: Weeg de verkregen feiten tegen elkaar af

Als je klaar bent met vragen stellen, heb je als het goed is, heel wat feiten verzameld. Neem nu weer een moment van rust en breng ordening aan in die feiten. Weeg de feiten tegen elkaar af. Wat is belangrijk en wat niet? Met wie of wat moet je het meeste rekening houden en wat doet er minder toe? Ken eventueel een gewicht toe aan alle feiten, op grond waarvan je je conclusies kunt trekken.

Tip 9: Vertel gestructureerd je conclusie

Op basis van de feiten is er waarschijnlijk voor jou maar één conclusie mogelijk. Onderbouw deze conclusie zorgvuldig en zorg ervoor dat er een logische opbouw in je verhaal zit. De assessor kan dan je gedachtegang volgen en eventueel zien waar jouw logica afwijkt van de zijne.

Tip 10: Sta open voor feedback

Ga er niet van uit dat jij de perfecte oplossing hebt gevonden. Gezien de korte tijd waarin jij de opdracht moest doen, is de kans groot dat je iets over het hoofd hebt gezien of dat je toch ergens niet de goede keuze hebt gemaakt. Bij de nabespreking zal de assessor je hier waarschijnlijk op wijzen. Hoe jij hier op reageert, zal ook worden meegenomen in je beoordeling. Wees dus niet offensief, licht eventueel je keuzes toe, maar laat zien dat je openstaat voor andere inzichten.

Facebook
Twitter
LinkedIn
WhatsApp
Niels Poelsma

Niels Poelsma

Niels is als mede eigenaar en oprichter van Hellotest elke dag bezig met assessments. Hij is eindverantwoordelijk voor de numerieke onderdelen zoals rekenvaardigheden, cijferreeksen en algebra. Daarnaast houdt Niels zich bezig met het ontwikkelen van de website en de online marketing.

Lees meer artikelen over solliciteren en assessments ...

Inhoudsopgave

Start direct met oefenen

Zorg voor een goede voorbereiding op jouw capaciteitentest.

Waarom Hellotest?

96% van onze klanten beveelt ons aan!

Capaciteitentest oefenen in 4 eenvoudige stappen

Uitnodiging

Bekijk de uitnodiging van jouw werkgever of opleiding. Daarin staat welke test je moet maken.

1

Overzicht

Staat in jouw uitnodiging niet wie de test maakt? Kijk dan in ons overzicht welke ontwikkelaar hoort bij jouw uitnodiging.

2

Catalogus

Zoek in onze catalogus op jouw test of testontwikkelaar. Dan krijg je vanzelf het juiste oefenpakket te zien.

3

Aan de slag

Binnen 5 minuten ga je aan de slag met het juiste oefenpakket! Zorg dat je alle oefeningen maakt.

4

Vind het juiste oefenpakket voor jouw test

Je krijgt de testontwikkelaars te zien die bij jouw zoekopdracht horen.